Dus toen M. binnenstapte dacht ik: ‘Wat is lichaamstaal toch belangrijk. Ik zie zoveel aan een lichaam. Afhangende schouders, een doffe blik, of juist een rechte rug of een vrolijke tred.’ M. keek me een beetje schichtig aan bij het binnenlopen en ze lichtte die blik direct toe, toen ze eenmaal zat: ‘Ik durf het bijna niet te zeggen, maar het gaat maar niet beter.’ Ze moest op haar lip bijten om niet te huilen, zag ik.

M. kwam een keer per twee weken bij me sinds de zomer en elke keer hadden we het over hoe ze los kon komen van haar ex. Ze had me aanvankelijk heel veel verteld over het leven dat ze met hem had gehad. Daarna hadden we samen uitgezocht wat ze nodig had om concrete stappen te zetten om hem toch wat meer los te gaan laten. Ook in haar hoofd. Het was immers al 4 jaar geleden dat ze uit elkaar waren.

Ze was een paar weken geleden verlaten door haar partner voor een andere vrouw. Woedend was ze geweest toen ze me belde. ‘Ik wil dit niet! Hoe kan het dat dit mij overkomt?’ We maakten gauw een afspraak en die eerste keer kon ze alleen maar briesen en razen. Ze vond het een got spe, dat de man die haar een aantal jaar op handen had gedragen haar pardoes van haar voetstuk had gekiept en er een ander op had gezet.  Ze was als de koningin behandeld en als de voetveeg weggestuurd, zo voelde ze het.

De relatie had een paar jaar geduurd, dus was 4 jaar ook wel wat zorgelijk om nog zo diep te rouwen als zij deed. ‘Ik heb alles gedaan wat ik maar kan doen: ik zie hem niet meer, zoek hem niet meer op social media, ik heb alle spullen die me aan hem doen denken weggehaald en zelfs de kaartjes en brieven  weggegooid en de app en mailgesprekken gewist. Maar in mijn hoofd gaat het allemaal gewoon door. Het helpt niet. Ik kan hem maar niet vergeten.’

De deur dichtdoen

‘Stel dat hij nu voor je deur zou staan’, vroeg ik haar. ’Zou je hem dan terugnemen?’. Ze keek me verbaasd aan. ‘Dat doet hij natuurlijk nooit.’ ‘In je fantasie kan alles’. zei ik. ‘Stel je het maar eens voor. Hij staat voor de deur met een bos bloemen en zegt: ik wil weer bij je terug. Wat zou je dan doen?’ ‘De deur dichtdoen.’ antwoordde ze resoluut. ‘Ik wil hem niet meer terug. Hij maakt me niet gelukkig.’

Ik liet maar even een stilte vallen.

En in die stilte zag ik haar blik veranderen van heel resoluut in verbaasd. ‘Eh… ja, nee, ik wil hem echt niet meer terug hoor.’ Toen liet zij een stilte vallen. ‘Waarom kan ik hem dan niet vergeten?’

‘Ik denk omdat je het verleden niet kan uitwissen. Als je je verleden ontkent, ontken je dat je leeft. Hij is belangrijk voor je geweest. Koester dat. Neem het mee in de rest van je leven. En laat het daarbij. Schrijf voor de volgende keer maar eens op wat hij voor jou heeft betekend. En misschien kan je daar een mooi symbool voor zoeken dat je ook letterlijk kan koesteren.’

Hester

Delen is Lief